Taalgevoel
"Mama", zegt hij terwijl hij naar een ader op mijn hand wijst, "deze, hoe heet dat ook alweer?"
Ik: "dat heet een ader, weet je nog?"
Hij: "Oh ja, een ader. Maar mama, ik noem het liever een bloedpijp. Dat vind ik beter.""Mama", zegt hij terwijl hij naar een ader op mijn hand wijst, "deze, hoe heet dat ook alweer?"
Ik: "dat heet een ader, weet je nog?"
Hij: "Oh ja, een ader. Maar mama, ik noem het liever een bloedpijp. Dat vind ik beter."