Moed in de schoenen
Zoals elk jaar zinkt de moed me halverwege in de schoenen: dit is té druk, ik kan niet meer.
We zitten nu halverwege het vakantierooster van Manlief. Hij
draait dubbele diensten en halverwege zie ik het letterlijk niet meer zitten.
Ons gezin begint te draaien alsof er zand tussen de raderen zit. Anderhalve week
zit erop, nog anderhalve week te gaan.
Als ik 's avonds via de crèche uit werk kom ben ik alleenstaande mama en begint mijn tweede werkdag direct. Het is spitsuur met de kinderen: avondeten en naar bed. Als alle Daltons ‘s avonds om half 9 in dromenland zijn begin ik aan het huishouden. Als Manlief de volgende ochtend uit zijn werk komt begint direct zijn tweede werkdag als alleenstaande papa met de kinderen. Ook als hij niet heeft kunnen slapen moet hij aan de bak, want ik vlieg de deur uit naar werk zodra hij binnenkomt. We zien elkaar 10 seconden. Net genoeg tijd voor 4 vluchtige kussen.
We zijn in deze tijd allebei een alleenstaande ouder, zonder
hulp van de ander. En al is de overgang van 2 naar 3 minder heftig dan de
overgang van 1 naar 2: 3 is wel meer dan 2. Het klinkt als een Cruijffiaanse
wijsheid.
Ik ben nu een uur thuis. Ik heb al twee spuitluiers van Jongste achter de rug en in de badkuip liggen de 6 plastic zakjes die ik van de crèche meekreeg van de 6 poepongelukjes van Middelste vandaag. Die moet ik vanavond nog uitspoelen. (Ook Middelste lijdt onder deze omstandigheden en de nèt-zindelijke heeft het op de crèche moeilijk, ocharme.)
Wat een poepdag.




