Niet zielig
Het is een zaterdag. Lief werkt en ik doe de grote boodschappen in een afgeladen AH met 3 kinderen. Mijn lontje is uitzonderlijk lang. De gozers mogen hun gang gaan en ik weet echt niet waar ik de energie vandaan haal om geduldig te zijn en uit te leggen en te corrigeren en te....maar vandaag kan ik alles. En stiekem...stiekem geniet ik van de blikken van anderen. Ik zie ze naar ons kijken en tellen: 1...2...3 kinderen ....potverdrie en ze heeft ze allemaal onder de knie zonder te gillen en te schreeuwen. Yep, mjn dag is goed.
In een van de paden moet ik met mijn buggy om een rolstoelwagen manouvreren met daarin een zwaar gehandicapte man. Hij stoot geluiden uit en hij kwijlt. Mijn kinderen zijn eventjes bizar stil en vergapen zich aan de gehandicapte man. Oudste (nog maar net 6) vraagt: Waarom riep hij 'uh uh uh'?
Ik sta met mijn mond vol tanden. Ik begrijp ineens de term in verlegenheid. Ik bedenk me gek genoeg dat die man net op mijn jongste van 6 maanden lijkt. Hij kan niet lopen en niet praten, maar hij kan je wel aankijken en lachen en...maar deze man zit in het lijf van een volwassen meneer.
Ineens weet ik dat het helemaal niet moeilijk is om het uit te leggen. Ik vertel oudste precies dat wat ik bedacht. Deze meneer is in zijn hoofd even oud als Jongste maar zijn lijf is het lijf van een volwassene. In zijn hoofd zal hij nooit ouder worden. Oudste zegt dat hij het begrijpt. Maar he, vraag ik ter controle, de zussen van buurvrouw die allebei in een rolstoel zitten, die zijn anders. Oudste: "Ja natuurlijk, die praten gewoon als grote mensen!! Die zijn in hun hoofd gewoon." Jemig....hij snapt het.
Maar dan voegt hij nog even toe: Ik vind het wel zielig.
Ik: Waarom zielig? Deze meneer is blij, hij vindt zichzelf niet zielig, Hj is net zo blij als Jongste.
Oudste: Maar toch vind ik het zielig.
Ik: Ja, dat snap ik, ik ook, maar deze meneer is net zo vrolijk als Jongste.
Oudste: Ja, ok. Mag ik nog een tictac?
Ik: ja jongen, hier heb je het doosje...en geef je broertje er ook eentje




